Harry

Back to Dazdya

Er was eens een stoplicht. Nu zijn er wel meer stoplichten, maar in dit geval was er toch iets vreemds aan de hand. Af en toe, in het diepst van de nacht en als er niemand keek, begon het opeens te knipperen en flitsen dat het een lieve lust was. Dit deed het al zo lang als het zich kon herinneren, en niemand had er ooit iets van gemerkt. O ja, het stoplicht heette Harry.

Harry stond eigenlijk een beetje verkeerd. Vroeger was er wel veel verkeer geweest aan zijn weg, maar tegenwoordig gingen alle vrachtauto's langs de grote brug een paar kilometer verderop. En zonder vrachtauto's konden de kinderen weer naar hartelust buiten spelen. Harry vond dat best. Hij hield van kinderen, en van alle mensen die nog wel eens omhoog keken naar dingen als stoplichten en de lucht en zo. Zijn beste herinneringen waren aan de autoloze zondagen van weleer. Toen was hij zelfs wel eens gebruikt als doelpaal! O, wat was het leven toen goed. Maar het noodlot sloeg toe. Harry wist het niet, maar in de buurt werd een groot sportcomplex geopend. Hij zag alleen dat langzaam maar zeker de kinderen van straat verdwenen. De jaren gingen voorbij, en Harry werd een beetje eenzaam. Hij begon steeds vaker en langer te knipperen, maar het leek wel of zelfs dat een automatisme was geworden. Er was dan ook bijna geen risico, want waar hij stond ging iedereen al vroeg naar bed. Harry begon wat minder op te letten.

Het was een koele herfstdag toen Harry opeens weer wakker schrok. Een vrachtauto! Harry wist niet wat hij ervan moest denken. Vroeger had hij een enorme hekel aan die dingen, maar er was al zolang niets gebeurd, dat het eigenlijk wel weer leuk was. Harry genoot van de volgende momenten. De wagen stopte bij een voetganger (die niet naar de lucht keek), en een man stapte uit. Er volgde een kort gesprek, de voetganger gaf een richting aan voor de vrachtautoman. Deze stapte weer in, en de wagen kwam weer in beweging. Nu volgde het oude ritueel. De vrachtauto stopte bij de streep, en Harry gaf voorrang aan een fietser van links. Alles om de vrachtauto langer hier te houden. Maar al snel was er geen verkeer meer, en onwillig gaf Harry de wagen toestemming om door te rijden. De wagen sloeg rechtsaf langs de nieuwe snackbar.

Aart hoorde een grote klap, en toen hij omkeek stond die kiepwagen stil. Hij stapte van zijn fiets af en ging eens kijken. De chauffeur was net uitgestapt. Bij het draaien had hij het stoplicht geraakt. Nu stond hij een beetje beteuterd naar de ravage te kijken. De paal was helemaal krom en het stoplicht was eraf gevallen.Harry wist niet wat hem overkwam! De hele wereld bewoog! Dit was nieuw, dit was anders, dit... dit deed pijn! In een krampachtige poging de pijn te onderdrukken flitste Harry in alle kleuren. De chauffeur maakte snel een beslissing. Hij schopte het stoplicht de goot in, en stapte snel weer in. De kiepwagen kwam weer in beweging, maar Aart lette daar niet meer op. Wat had hij daar gezien? Gefascineerd haalde hij het stoplicht uit de goot, en legde het op zijn bagagedrager. Dit moest hij thuis eens goed bekijken.

Voor Harry was dit totaal nieuw. Niet alleen bewoog hij opeens zelf, hij was ook meegenomen door de vreemdste persoon die hij ooit had gezien! Af en toe stopte die rare snuiter ineens, en hij keek naar de vreemdste dingen! Gebouwen, een klok, en zelfs een keer gewoon naar de lucht! En natuurlijk ook naar Harry.

Het was pas veel later dat Harry alles een beetje begreep. Toen had hij al weer een plaats bij de bar, een plaats waar iedereen langskwam, en waar Harry zich enorm geborgen voelde. Een plaats waar hij een functie had, en waar mensen soms gewoon een tijdje in de leegte staarden. Soms flitst hij nog, maar dan alleen in het diepst van de morgen en als er niemand kijkt.

Thuis.

Dazdya